1.1 Inleiding

Standaardbehandelingen met (psycho)farmaca zijn geschikt voor ongeveer 50% tot 70% van de patiënten.1 Voor de andere 30-50% zijn aanpassingen nodig in de keuze van de medicatie of toedieningsvorm, de dosering of de duur van de behandeling. Om die aanpassingen te kunnen maken is kennis nodig van de farmacokinetiek en farmacodynamiek van geneesmiddelen. Farmacokinetiek beschrijft de beweging van geneesmiddelen door het lichaam, ofwel wat het lichaam doet met het geneesmiddel. Farmacokinetiek is relevant, omdat het bijvoorbeeld iets zegt over de snelheid en mate van absorptie en dus indirect ook over de snelheid en mate van werking. Daarnaast moet een geneesmiddel op de plek van werking kunnen komen wil het zijn beoogde effect kunnen uitoefenen. Farmacodynamiek beschrijft de farmacologische werking van geneesmiddelen, ofwel wat het geneesmiddel doet met het lichaam. Farmacodynamiek gaat dus zowel over de gewenste werking van het geneesmiddel als over de veelal ongewenste bijwerkingen. Om een beargumenteerde keuze voor specifieke psychofarmaca te kunnen maken bij de individuele patiënt zijn beide relevant. Daarbij speelt tegenwoordig ook steeds vaker de vraag of variatie in respons op geneesmiddelen qua farmacokinetiek en farmacodynamiek mede verklaard kan worden door onderliggende genetische verschillen; de farmacogenetica. Om die reden is een gedeelte van dit hoofdstuk ook hieraan gewijd.

Nieuwsgierig geworden naar de rest van de inhoud?

Bestel het boek vandaag nog, maak een account aan en log in.

Bestel het boek Inloggen

Inhoudsopgave